top of page

Een verschoven blokje van vijftien euro kan miljoenen kosten

  • 29 jun
  • 2 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 8 jul



Lars de Jonge, partner bij Rivean Capital


Productiebedrijven in Nederland en Europa kampen met stijgende kosten, krimpende marges en concurrentie uit opkomende markten die tot voor kort ondenkbaar leek. Kostenreductie lijkt dan de voor de hand liggende reflex, maar volstaat niet. Rob Kwaijtaal kent de maakindustrie van binnenuit. Als managing partner van You Improve begeleidt hij productiebedrijven, investeerders en bedrijven onder bijzonder beheer bij structurele verbetertrajecten. “Ik krijg van dichtbij mee dat fabrikanten serieuze cashflowproblemen hebben. Daar zitten ook families bij die met trots hun bedrijf hebben doorgegeven en nu echt in nood zitten.”



De opdracht centraal

Kwaijtaal signaleert dat operational excellence te vaak wordt gelijkgesteld aan kostenreductie. Dat is een misvatting. De eerste vraag die elke fabrieksdirecteur zichzelf moet stellen, is: wat is onze opdracht? “Dan krijg ik antwoorden als: we moeten volgende week uitleveren. Maar de echte vraag is wat jouw specifieke bijdrage is aan het grotere geheel, en specifiek: wat is jouw bijdrage aan de P&L (Profit & Loss) en de balans.”


Die opdracht kan kostenreductie zijn, maar ook capaciteit verhogen zonder extra investeringen of doorlooptijden verkorten. You Improve hanteert drie stappen: eerst verspillingen in kaart brengen en het verbeterpotentieel op de P&L bepalen, dan helpen bij de executie om die verspillingen te elimineren, en ten slotte de resultaten borgen. “Wij maken impact op de P&L voor de klant. Wij vinden het pas verantwoord als de opbrengsten ten minste drie keer groter zijn dan onze kosten aan ondersteuning.”  Neem de nootjesfabriek die geen zicht had op haar materiaalverlies. Na metingen met medewerkers, letterlijk met vegers en weegschalen op strategische plekken, bleek er jaarlijks 2,3 miljoen euro aan nootjes op de grond te vallen. Een van de oorzaken: een machine was zes jaar eerder verschoven doordat een aanslag op de vloer was weggeraakt. “Een blokje van vijftien euro”, aldus Kwaijtaal. “Iedereen liep erlangs en dacht dat het normaal was.” 


De vaardigheid om te reageren op snel veranderende marktomstandigheden moet in de organisatie zelf zitten, niet bij een consultant die het voor je doet

Vaardigheden, geen projecten 


Structurele verbetering vereist meer dan een eenmalige interventie. “Als je de beste consultants binnenhaalt, ze hun kunstje doen en dan weer vertrekken, weet ik dat binnen zes maanden alles terug is naar het oude.” Wat blijvend werkt, is het opbouwen van vaardigheden die horen bij de Operational Excellence-bedrijfsstrategie, op alle niveaus: directie, middenkader en werkvloer. “De kennis die wij bezitten, dragen we over via een transitiemodel. Daarom heten wij You Improve.” 


Assessments spelen daarin een centrale rol. Niet als audit, maar als gesprek op de werkplek over problemen en oorzaken. Leidinggevenden die uitsluitend in vergaderzalen opereren missen het wezenlijke. “Het gesprek aangaan op de werkvloer over concrete verbeteringen, en nadenken over hoe je mensen optimaal kunt helpen: zo simpel is het vaak.” 


Technologie versnelt informatieverwerking, maar verandert de menselijke kant van de verandering niet. Het fundament blijft: begrijp de opdracht, breng verspillingen in kaart en ontwikkel de organisatie zodat zij ook bij een veranderende opdracht zelf kan blijven verbeteren. 



Benieuwd naar meer?


Dit artikel is eerder gepubliceerd in de juni 2026-editie van Bedrijfsoptimalisatie van Financieel Dagblad. Benieuwd naar de andere artikelen en inzichten uit deze editie? Via onderstaande link bekijk je de volledige uitgave.







 
 
 

Opmerkingen


Het is niet meer mogelijk om opmerkingen te plaatsen bij deze post. Neem contact op met de website-eigenaar voor meer info.
bottom of page